Verdieping bij jouw poster
Hieronder vind je per thema achtergrondinformatie en direct toepasbare tips voor thuis.
Leren door ervaringen
Bewegen, proberen, vallen, herstellen
▾
Spelen en bewegen bereidt kinderen voor op het leven. Ze leren:
- Hun lichaam kennen
- Rekening houden met anderen
- Samenwerken
- Fouten maken
- Oplossingen vinden
- Vallen en opstaan
Kies een route langs een speeltuin. Stop even, al is het maar 5 minuten.
Creëer mini-avonturen:
- Paarse dingen aanwijzen in de supermarkt
- Letters en cijfers vinden op kentekenplaten
- In huis een parcours bouwen/doen/opruimen
- Tafel helpen dekken
Geef je kind veel kansen om te bewegen en te spelen. Zo leert het niet alleen goed bewegen, maar ook samen te spelen en rekening te houden met anderen.
Spelen en bewegen in de echte, fysieke wereld is voor een jong kind een heel belangrijke voorbereiding op het leven. Kinderen leren het meest juist tijdens 'rommelig' spel: druk doen, een beetje botsen of zelfs ruzie maken en het daarna zelf weer uitpraten.
Als je als volwassene wacht met helpen, worden kinderen sociaal sterker en beter bestand tegen tegenslagen. Als een kind merkt dat iets eerst mislukt, maar het daarna tóch lukt, krijgt het zelfvertrouwen een enorme boost.
10 tips voor thuis
- 1Wacht even bij een ruzie. Loop er niet meteen naartoe. Kijk eerst of ze het zelf kunnen uitpraten.
- 2Laat ze vies worden. Geef je kind kleren aan die vies mogen worden. Spelen in de modder hoort bij het ontdekken.
- 3Help niet te snel bij een klusje. Laat je kind zelf de rits dichtdoen of schoenen aantrekken, ook al duurt het wat langer.
- 4Laat ze zelf een oplossing bedenken. Zegt je kind "Ik verveel me"? Vraag dan: "Wat zou je zélf kunnen doen?"
- 5Complimenteer de inzet, niet de uitkomst. "Wat fijn dat je bent blijven proberen, ook al was het moeilijk."
- 6Maak van een fout een leermoment. Gaat er een beker melk om? Zeg: "Dat kan gebeuren, hoe gaan we dit samen opruimen?"
- 7Laat kinderen zelf spelregels verzinnen. Dit oefent onderhandelen, beurten nemen en luisteren.
- 8Bied uitdagend materiaal aan zonder vaste instructie. Kartonnen dozen, lakens of planken, laat ze samen iets bouwen.
- 9Leg je telefoon weg. Wijst je kind enthousiast naar een vogel of steen? Zorg dat er geen scherm tussen jullie in staat.
- 10Schrijf schermtijden duidelijk op. Geef geen ruimte voor discussie. Bekijk de richtlijnen →
Bewegen en prikkelverwerking
Lichaamsbewustzijn ontwikkelen
▾
Veel bewegen helpt lichaamsgevoel te ontwikkelen.
Geef het kind vertrouwen en beloon 'mislukking':
Moedig je kind aan om zelf oplossingen te vinden. Zo leert het:
- op zichzelf te vertrouwen
- dat het uitdagingen aankan
Als je kind rent, klimt of stoeit, leert het niet alleen hoe het eigen lichaam werkt. In spieren en gewrichten zitten 'voelers' die de hersenen vertellen waar armen en benen zijn en hoeveel kracht nodig is.
Is dit gevoel nog niet goed ontwikkeld? Dan kan een kind per ongeluk een plastic bekertje kapot knijpen, hard op een stoel ploffen of sneller struikelen. Veel bewegen helpt dit te voorkomen.
Tip: Roep niet "Pas op!" maar geef een concrete instructie: "Zet je voet maar op de blauwe plank." Zo leert je kind zelf te vertrouwen op het eigen lichaam.
10 tips voor thuis
- 1Doe spelletjes met wat zwaardere dingen. Laat je kind de boodschappentas dragen of een volle wasmand verplaatsen.
- 2Laat het kind de route bepalen. Geef je kind de leiding tijdens een wandeling. Dit stimuleert ruimtelijk inzicht en zelfvertrouwen.
- 3Loop op blote voeten. Thuis of buiten op het gras en zand, dit geeft de tastzin veel informatie over de ondergrond.
- 4Oefen met zacht en hard. Laat je kind heel hard stampen (als een reus) en daarna zachtjes lopen (als een muis).
- 5Zeg wat je kind kan dóén. Roep in plaats van "Pas op!" liever: "Hou je goed vast met twee handen."
- 6Stel een vraag in plaats van te waarschuwen. "Voel je je veilig daar?" of "Wat is je volgende stap?"
- 7Tel tot tien. Zie je iets spannends? Wacht eens tien seconden voor je iets zegt, je kind lost het vaak zelf al op.
- 8Maak ruimte voor stoeien. Op een zacht matras, met een stopwoord afgesproken. Zo leert je kind de grenzen van zichzelf en een ander kennen.
- 9Gebruik meubels als klimrek. Over de bank kruipen of onder de tafel door tijgeren stimuleert de coördinatie.
- 10Maak een 'kikker' parcours. Leg kussens op de vloer, je kind moet van de ene naar de andere 'lelie' springen zonder de grond te raken.
Zelfregulatie
Aan/uit schakelen
▾
Zelfregulatie is weten hoe je jezelf activeert of kalmeert.
Experimenteren laat een kind ervaren waar het zich prettig bij voelt.
- Luister, kijk, voel, proef, beweeg en ruik samen
- Merk op wat werkt: "Jij ziet er heerlijk relaxed uit in die hangstoel. Goeie keuze, na een volle schooldag!"
Help je kind om veel ervaring op te doen. Zo leert het:
- wat helpt om zich prettig te voelen
- wat het kan doen bij boosheid, verdriet of frustratie om weer rustig te worden
Zelfregulatie is weten hoe je jezelf activeert of kalmeert, een soort motor in het lichaam. Soms staat die motor te 'sloom' (je kind is dromerig), soms veel te 'snel' (je kind raakt gestrest door prikkels).
Heeft je kind na een drukke dag een kort lontje? Dan helpt streng zijn niet. Het zenuwstelsel zit simpelweg te vol: het glas loopt over. Een bewuste 'prikkelpauze' helpt het lichaam en de hersenen om weer rustig te worden.
10 tips voor thuis
Als de motor te sloom staat: activeren
- 1Start met een activerende prikkel. Zet 's ochtends een vrolijk muziekje op om op te dansen, of laat je kind een paar keer springen.
- 2Gebruik koud water. Handen wassen met koud water of een paar spetters in het gezicht geeft het zenuwstelsel een frisse prikkel.
- 3Bied stevige smaken of texturen aan. Een knapperige appel of cracker kan helpen om een dromerig kind weer alert te maken.
Als de motor te snel staat: kalmeren
- 4Richt een vaste 'prikkelvrije' hoek in. Een deken, zachte kussens en een boekje. Dit is de plek als het glas te vol raakt.
- 5Gebruik diepe druk. Een stevige knuffel, een verzwaarde deken of het strak inrollen in een handdoek als een 'burrito'.
- 6Zorg voor voorspelbaarheid na school. "We gaan nu lekker naar huis, we drinken wat en hoeven even helemaal niks."
Samen oefenen en herkennen
- 7Check 'de motor'. Vraag: "Hoe staat jouw motor nu? Rijden we in de eerste versnelling, of racen we in de hoogste?"
- 8Knip kriebelende labels direct weg. Kies voor zachte stoffen, dit voorkomt dat het glas al vroeg op de dag volloopt.
- 9Maak een 'pauze-menu'. Bedenk samen drie dingen die helpen om rustig te worden, zoals een luisterboek, kleuren of bouwen met Lego.
- 10Geef zelf het goede voorbeeld. Zeg hardop: "Mijn glas zit even een beetje vol, ik ga tien minuten rustig zitten." Zo leert je kind dat dit normaal is.
Risicovol spelen
Veilig spannend
▾
Spelen met een beetje spanning vergroot het vertrouwen van het kind.
Moedig je kind aan om risico's te nemen die bij het kind passen. Zo leert het:
- beter inschatten wat het wel/niet kan
- wat acceptabele risico's zijn
Tegenwoordig beschermen we kinderen soms te veel: we houden ze vast op de glijbaan, tillen ze overal op. Logisch, want we willen niet dat ze pijn krijgen. Maar zo missen kinderen belangrijke leermomenten en worden ze motorisch minder handig.
Als een kind zelf op een speelhuisje klimt, voelt dat supersterk. "Ik vond het spannend, ik deed het toch en het is me gelukt!" Schrammen zijn eigenlijk de 'trofeeën' van een kind dat volop de wereld ontdekt.
10 tips voor thuis
Risico's stap voor stap opbouwen
- 1Gebruik de 'handen-in-de-zakken'-regel. Staat je kind op een spannend speeltoestel? Doe je handen in je zakken en kijk toe.
- 2Pas de hoogte aan, niet het spel. Te hoog klimmen? Verbied het niet, maar zoek een lagere boom of muurtje om op te oefenen.
- 3Geef gereedschap met duidelijke regels. Een echte hamer of bot schilmesje onder toezicht. Spreek af: "We snijden altijd van ons af."
- 4Laat ze spelen met 'losse materialen'. Oude autobanden, houten planken, grote takken. Heel anders dan een kant-en-klaar klimrek.
Wat je kunt zeggen in plaats van helpen
- 5Vraag naar hun plan. Twijfelt je kind op een hoog punt? "Wat is je plan om weer naar beneden te komen?"
- 6Wees een supporter, geen redder. Bemoedigende woorden vanaf de zijlijn in plaats van je kind direct helpen.
- 7Eer de schrammen. "Dat is een echte ontdekkers-plek! Vertel eens, hoe hard was je aan het rennen?"
Vrijheid in de buurt
- 8Geef een beetje 'uit-zicht-tijd'. Laat je kind (als leeftijd en plek het toelaten) net uit het zicht spelen. Die vrijheid voelt als een avontuur.
- 9Speel in het donker of de schemering. Een zaklamp maakt een bekende plek opeens heel spannend en nieuw.
- 10Laat ze zelf de diepte van een plas testen. Met een tak voelen hoe diep de plas is, trek gewoon de regenlaarzen aan!
Emoties doorleven
Elk gevoel mag er zijn
▾
Boos, bang, blij of verdrietig: elk gevoel mag er zijn. Benoem wat je ziet en bied ruimte:
Troost je kind zonder de emotie weg te nemen.
Geef ruimte aan gevoelens. Zo leert je kind dat:
- verdriet, boosheid en frustratie normaal zijn; iedereen voelt dat weleens
- het deze (soms heftige) gevoelens mag hebben
- het met deze gevoelens kan omgaan en dat ze weer voorbijgaan
Ligt je kind op de grond te schreeuwen? Dan staat het lichaam in de 'oranje' of 'rode' stand. Op dat moment werken de hersenen even anders, je kind kán niet logisch nadenken. Boos worden of wijzen op de regels heeft dan geen zin.
Het is verleidelijk om je kind af te leiden met een filmpje of iets lekkers. Maar zo mist je kind een belangrijk leermoment: ontdekken dat een storm van boosheid altijd weer overgaat.
10 tips voor thuis
Als je kind in de stressmodus staat
- 1Word zelf niet 'oranje' of 'rood'. Haal diep adem en praat juist extra zachtjes. Jouw rust helpt het zenuwstelsel van je kind kalmeren.
- 2Gebruik minder woorden. Zeg even helemaal niets, of gebruik korte woorden: "Ik ben hier" of "Ik help je".
- 3Geef fysieke ruimte als dat nodig is. Sommige kinderen willen een knuffel, anderen willen afstand. Vraag het gewoon.
Geen schermen of snoep als afleiding
- 4Tel tot tien voor je reageert. Geef de emotie de ruimte om er simpelweg te zijn. Zeg: "Je bent boos" of "Ik zie dat je verdrietig bent."
- 5Gebruik een 'afkoel-voorwerp'. Een stressballetje, een kussen om op te slaan, dit leidt niet af van de emotie, maar helpt ze uiten.
- 6Adem samen de storm uit. Blaas alsof je een grote verjaardagskaars uitblaast, of denkbeeldige bellenblaasbellen.
Ná de emotionele storm
- 7Praat er pas over als het glas weer leeg is. Ga pas in gesprek als je kind weer helemaal rustig en vrolijk is.
- 8Keur het gedrag af, niet het gevoel. "Ik snap dat je heel boos was. Dat is oké. Slaan mag niet. Wat kunnen we doen als je boos bent?"
- 9Gebruik een emotie-wijzer. Maak een tekening met emotie-icoontjes. Na een heftig moment kan je kind op het juiste icoontje wijzen.
- 10Geef een compliment na het herstel. "Wat fijn dat je weer rustig bent geworden. Dat was een flinke storm in je buik, hè? Je hebt het goed gedaan."
Baby's
Minder zitjes, meer vloer
▾
Door te rollen, reiken en duwen ontdekt een baby het lichaam.
Zorg voor interessante dingen waar de baby naar kan kijken en reiken en naar toe kan bewegen.
Geef je baby veel tijd op de vloer in een veilige omgeving. Zo leert je baby:
- spieren te gebruiken en sterker te worden
- beter te bewegen en te coördineren
- een volgende stap te zetten wanneer het lichaam daar klaar voor is
De spieren die een baby traint door op de grond te bewegen, zijn de basis voor later: stabiel rechtop zitten, soepel lopen, in balans blijven. Er is geen haast, het lichaam geeft zelf aan wanneer het klaar is voor de volgende stap.
Hulpmiddelen als loopwagentjes en speciale babystoeltjes werken de natuurlijke ontwikkeling juist tegen. Omdat het stoeltje alle steun geeft, hoeven de eigen spieren niets te doen. Gebruik ze zo min mogelijk in huis.
10 tips voor thuis
- 1Maak van de vloer de ultieme speelplek. Leg een groot kleed neer. Leg voorwerpen net buiten handbereik om reiken en verplaatsen te stimuleren.
- 2Beperk de tijd in 'zitjes'. Gebruik de Maxi-Cosi puur waarvoor die bedoeld is: veilig vervoer.
- 3Bied 'Tummy Time' aan vanaf de geboorte. Laat je baby regelmatig op de buik liggen als het wakker is, dé manier om nek- en rugspieren te versterken.
- 4Varieer in ondergronden. Een schapenvachtje, een gladde vloer, een ribbelig speelkleed, buiten op het gras, dit voedt de tastzin.
- 5Creëer een 'visuele ontdekkingstocht'. Hang kleurrijke plaatjes laag op de plint, zo wordt je baby gestimuleerd het hoofd op te richten.
- 6Gebruik een simpele spiegel. Onbreekbaar, horizontaal op de grond. Baby's vinden het fascinerend om zichzelf te zien bewegen.
- 7Laat de voeten en handjes lekker bloot. Via blote voeten en handen krijgt een baby tast- en gripinformatie over de ondergrond.
- 8Bied verschillende gewichten en vormen aan. Speelgoed van hout, stof, plastic, rubber, zo leert het brein vroeg hoeveel kracht nodig is.
- 9Draag je baby in een draagdoek. Dit geeft diepe drukprikkels en stimuleert het evenwichtsorgaan, een geborgen, kalmerend effect.
- 10Volg het tempo van het kind. Forceer geen zit- of stahouding als je baby daar vanuit de vloer nog niet zelfstandig naartoe kan bewegen.
Hoe prikkels (ver-)werken
Van Monique Thoonsen, de bron achter veel tips op deze pagina. Handig voor thuis, op de opvang of in de klas.
Boek bekijken →